19 mei 2019

Een monoculturele of een diverse cultuurwereld?

Geen superdiverse samenleving zonder culturele emancipatie. De uitsluiting, achterstelling en discriminatie van etnisch-cultureel diverse groepen behoeven geen uitvoerige bewijslast. Ook in de culturele wereld. Als je rondkijkt, kan je het niet ontkennen, het sociaal-cultureel werk, de kunsten of het cultureel erfgoed zijn overwegend blank en westers georiënteerd. Zowel bij de deelnemers en de bestuursleden als de professionals, moet je met een loep zoeken naar mensen met een andere etnisch-culturele achtergrond. Heel voorzichtig, letterlijk bijna, zien we hen opduiken in het theater, in de muziek en hedendaagse dans, of in de tentoonstellingsruimte van de beeldende kunsten. Gelukkig zijn er ook veel zelforganisaties van diverse etnisch-culturele pluimage.

Kortom, de culturele omgeving in Vlaanderen weerspiegelt absoluut niet de diversiteit in de samenleving. Voor ons is diversiteit, een mozaïek aan smaken, visies en praktijken een na te streven doel. Het is niet zo eenvoudig te bereiken. Zo is onze artistieke canon sterk geworteld in een twintigste-eeuws westers waardenkader. Kijk naar de groten in de muziek, het zijn allemaal westerse componisten van polyfonisten langs de barok tot aan de klassieken en modernen. Idem voor literatoren en theatermakers. Het is alsof alleen onze smaak de juiste is. Je kan je zelfs afvragen of wij als blanke Vlamingen bewust of onbewust de deur gesloten voor nieuwe Vlamingen? Wij bouwen zo weinig of geen brugjes naar hun cultuur/culturen. We leven vol verwachting dat zij onze muziek, ons toneel en onze dans zullen waarderen. Hoe vaak brengen onze cultuurhuizen daarentegen andere cultuuruitingen dan de westerse, wars van elke vorm van exotisme?

Waarom is het zo moeilijk om nieuwe Vlamingen in de bestuurskamer of personeelsploeg (niet alleen voor koffie of schoonmaak) te verwelkomen? Doen we voldoende moeite? Neen.
Het heersende politieke klimaat draagt er stevig tot bij dat opinion leaders een superdivers cultuurpalet eigenlijk niet zo belangrijk vinden, er zelfs verkrampt op reageren. Ideologisch wordt door de meerderheidspartijen teruggegrepen naar een monoculturele mythe, cfr. Martha Nussbaum die stelt dat homogeniteit en culturele assimilatie in Europa altijd overheersten. De lokale variant daarvan klinkt actueel als dominante en publieke “Vlaamse” cultuur: nieuwkomers houden hun cultuur best privé, van hen wordt verwacht dat ze de dominante publieke cultuur erkennen. Je wordt in hun ogen pas burger als je de dominante cultuur omarmt. Ze beklemtonen de nood aan een gemeenschappelijke cultuur die ze vatten binnen enge kaders. Dat werkt niet verbindend, maar vervreemdend.

Laat ons daarom de deuren letterlijk opengooien voor 'alle' kunstenaars en culturele werkers, met welke culturele achtergrond ook. Of nog beter, we nodigen ze uit. Ze moeten zich niet verplicht voelen om te komen, maar we geven ze eerlijke kansen. Hetzelfde geldt voor het superdiverse publiek, dat we actief opzoeken in wijken en buurten. We moeten programma's aanbieden met herkenbaarheid en affiniteit. Of misschien nog liever: we gaan hun wensen voor het cultuurcentrum, festival, bibliotheek, theaterhuis nieuwsgierig beluisteren. Laat hen vooral ook hun eigen favoriete bands programmeren. Nodig ze uit als vrijwilliger of bestuurder. Selecteer ze met het oog op diversiteit van de medewerkers.

Zo worden culturele werkers culturele bemiddelaars, bruggenbouwers, makelaars in culturele diversiteit. We moeten gaan voor een hedendaags Vlaams verhaal dat uitblinkt in culturele meervoudigheid en topkwaliteit. Het vereist investeringen in musea, archieven, dans- en theatergezelschappen, in kunstenaars en creatieve geesten. Omdat een etnisch-cultureel divers cultuurbeleid nooit kan uitgaan van een monoculturele mythe.

 

Bart Caron en Staf Pelckmans, 19 mei 2019

 

(foto Martha Nussbaum: Robin Holland CC)

Reacties

Vennligst sjekk din e-post og klikk på lenken for å bekrefte din nye e-postadresse.