18 feb 2020

Bij de uitreiking van de Ultima's: enkele tips voor Jan Jambon

Meneer de minister-president, uw passage op de MIA’s is laatst niet onopgemerkt voorbijgegaan: boegeroep was uw deel. Dat vond u niet fijn, maar u kon daar naar eigen zeggen wel mee om. En waarom ook niet: als een minderjarige die op Pukkelpop uitgejouwd wordt, dit een plaats kan geven, dan zeker een Vlaams-nationalist uit Limburg.

Maar vandaag reikt u zelf, als minister van Cultuur, de Ultimas van de Vlaamse Cultuur uit. Als ik u mag waarschuwen: de kans op applaus is in dat gezelschap waarschijnlijk nog een stuk lager. Tenzij! Tenzij u de juiste snaren weet te beroeren. Welke snaren? Sta me toe om, over de partijgrenzen heen en in het belang van onze kunsten en cultuur, u daar enige tips voor aan de hand te doen.

Tip één: trek uw portefeuille open. De kunsten en de cultuursector hébben de voorbije jaren al fors bespaard. In plaats van aan de subsidieslurf hangen artiesten, als ze het geluk hebben opgevist te worden, eerder aan een subsidie-rietje. Ga nog ’s met een kammetje doorheen uw budgetten, schrap wat nog nieuw op te richten ministeries van Niet Zo Belangrijke Zaken waar niemand op zit te wachten, wees wat strenger bij het subsidiëren van bedrijven die miljoenen euro’s winst boeken en geef wat u zo vindt aan degenen die het echt nodig hebben. Besparingsrondes zijn geen natuurwet waar u niets aan kan doen. Integendeel: u kan er net voor zorgen dat er meer geld naar de sector gaat. En weet u wat: doe die oefening meteen ook voor andere departementen, ik denk bijvoorbeeld aan Welzijn. Dat uw regering geen hoge pet op heeft van onze Vlaamse cultuurmakers is weliswaar erg, maar dat ze geen oog heeft voor de meest kwetsbaren in onze samenleving is ronduit schrijnend.

 

Tip twee: beloof plechtig dat als minister van Cultuur niet zal gaan bepalen wat kunst en cultuur moet zijn. Stop met cultuur te gebruiken als een instrument om uw eigen utopische leidcultuur op te leggen. Dat u dat als partij wenst is legitiem, het is ook de ambitie die uw Grote Leider in zijn boekje ‘Over Identiteit’ liet neerschrijven. Dat boekje heeft echter de goede eigenschap dat het ook de tegenargumenten voor die ambitie in zich draagt. Ik parafraseer: “een gemeenschap die haar concept van identiteit tracht te absoluteren en vereeuwigen is ten dode opgeschreven.” Het sluit aan bij de uitspraken die uw Grote Leider jaren geleden, toen nog als Eenvoudig Historicus deed over een canon, namelijk dat “geschiedenis zich niet laat canoniseren tot absolute en eeuwige waarheid. Een officiële versie van het verleden opleggen, als dienstmaagd voor het politieke heden, is typisch voor totalitaire regimes.” Ik ga er van uit dat u bovenstaande ook aan de heer Orban hebt voorgelegd toen u daar vorige week op de koffie ging.

Een leidcultuur ontstaat immers uit zichzelf, door de dynamiek die leeft in een samenleving. Die moet een overheid niet willen opleggen. Vroeger was het overzichtelijker jazeker, maar het katholieke, Vlaamse cultuurideaal, dat kwam 50 jaar geleden al aan zijn einde. En dat had ook gevolgen voor de manier waarop we met cultuur en kunsten omgaan, zo lees ik in ‘ Over Identiteit’: “Sinds de dood van God kan het individu gebruik maken van zijn autonomie om zelf betekenis te geven aan zijn bestaan en invulling te geven aan zijn culturele beleving. Dat is wat wij de laatste eeuwen in Europa ook hebben gedaan. Kunst en cultuur werden profaan.” Kunsten staan niet langer ten dienste van kerkvaders of keizers, maar ontstaan vanuit de maatschappij zelf.

Leidde dat tot een lege en nihilistische cultuur, zoals Nietsche vreesde en uw Grote Leider meent te moeten vaststellen? Niet meteen: een blik op de lijst van laureaten van de Ultima’s (en ook de MIA’s) zou  kunnen dienen als bewijs van het tegendeel. Laat u niet hinderen door zelfschaamte en wees trots op wat onze kunstenaars de voorbije decennia bereikt hebben!

Het cultuurbeleid ging de voorbije decennia niet langer uit van een keizer of koster, maar vertrok vanuit een civiel perspectief. In het decreet over Sociaal-cultureel werk staat dat zelfs letterlijk zo: “Het is het maatschappelijke middenveld van onafhankelijke associaties, organisaties, groepen of bewegingen waarin burgers uitdrukken waar ze met de samenleving naartoe willen. Ze doen dat door zich vrijwillig en op eigen initiatief te verenigen rond waarden of ambities die ze belangrijk vinden, rond overtuigingen die ze delen of rond maatschappelijke ambities die ze samen willen realiseren.” De samenleving kan best zichzelf vormgeven, daar hoeft u zich als minister dus niet mee te moeien. 

En terugblikkend op onze geschiedenis kan je zelfs stellen dat dergelijke aanpak van kunsten en cultuur tot onze traditie behoort: 200 jaar geleden stelde de liberale staatsman Johan Thorbecke (afbeelding boven) dat een overheid weliswaar geld aan cultuur kon uitgeven, maar dat de Kunsten geen regeringszaak zijn "in zooverre de Regering geen oordeel, noch eenig gezag heeft op het gebied der kunst." Het pleidooi voor tradities uit ‘Over Identiteit’ indachtig zou dat u toch moeten kunnen aanspreken.

Niet vergeten, doen! Trek uw portefeuille! Ga niet voor ons bepalen wat we zijn, dat zullen we zelf met zijn allen wel doen. Applaus zal uw deel zijn.

Met vriendelijke groet,

Staf Pelckmans

Vlaams volksvertegenwoordiger Groen

Reacties

Vennligst sjekk din e-post og klikk på lenken for å bekrefte din nye e-postadresse.