04 apr 2020

Als de visienota van Jambon maar geen fictienota wordt

De coronacrisis zorgde er ondertussen voor dat meer dan één derde van de wereldbevolking in zijn kot moet blijven. Het is fenomenaal hoe onze zorgverleners deze crisis opvangen: respect en applaus voor hen, niet enkel nu, maar zeker ook als deze strijd gestreden is. Laten we ook als dit voorbij is met zijn allen onze waardering uitspreken. En de besparingen in die sector terugdraaien. Het sociale vangnet dat de voorbije weken ontplooid werd, is even indrukwekkend: door de lockdown kwamen meer dan een miljoen Belgen in het stelsel van de tijdelijke werkloosheid terecht. 

Toch is dat sociale vangnet niet fijnmazig genoeg voor iedereen. Wie een ‘gewoon’ arbeidscontract had bij een ‘gewoon’ bedrijf kon meteen in de tijdelijke werkloosheid terecht, maar al snel bleken toch nog heel wat mensen door de mazen van dat net te vallen. Wouter Hillaert en Kobe Matthys moesten aan de alarmbel trekken en er de aandacht op vestigen dat "mensen die niet in één hokje passen omdat ze meerdere statuten combineren, zoals zelfstandigen in bijberoep" aanvankelijk niet op steun konden rekenen, net zoals "mensen die volledig moeten rondkomen van tijdelijke opdrachten en dagcontracten. Denk aan uitzendkrachten, poetshulpen, werkstudenten, seizoensarbeiders, heel wat kunstenaars ook.”

Zeker voor artiesten en kunstenaars die vooral in projecten werken is de situatie precair. De cultuursector wordt, net als bijvoorbeeld de horeca, hard getroffen door de huidige lockdown. Duizenden voorstellingen, expo’s en concerten werden de voorbije weken afgelast. Voor vele huizen is het systeem van tijdelijke werkloosheid en soms zelfs de hinderpremie van toepassing. Voor de vele artiesten die afhankelijk waren/zijn van projectsubsidies, is het een andere zaak. Het ziet er bovendien naar uit dat culturele evenementen de eerste waren om te worden afgelast, en de laatste  om, als het virus bedwongen is, weer te zullen worden opgestart. Zolang niet duidelijk is hoe lang de crisis gaat duren is het plannen of boeken van nieuwe voorstellingen of concerten immers niet aan de orde. Deze visienota zou zich wel eens heel snel kunnen laten inhalen door de Corona-realiteit.

Dat minister Jambon op 1 april een noodfonds van 200 miljoen voor de sector aankondigde is dus een goeie zaak. Of het zal volstaan is een andere vraag, want het fonds zal naast de cultuur-, ook noodlijdende jeugd- en sportsector moeten ondersteunen.

Hoopgevend in deze context is misschien hoe in de Visienota die de minister deze week presenteerde “de individuele kunstenaar als hoeksteen van het landschap” omschreven wordt. Het is, met zoveel woorden één van de 9 krachtlijnen waar Jambon zijn cultuurbeleid rond wil ophangen. Minister Jambon lijkt het bovendien echt te menen: het belang van die kunstenaar komt meerdere keren terug in zijn nota. Als de minister schrijft “in mijn kunstenbeleid staat de individuele kunstenaar centraal” kan die kunstenaar daar alleen maar steun uit putten. En de minister erop afrekenen als hij dat naderhand uiteindelijk niét zou doen, die “kunstenaar centraal” stellen.

Na de protesten die zijn beleidsnota uitlokte is het opvallend dat de minister toch expliciet de waarde van het huidige culturele landschap erkent. Het is immers “door de specifieke evolutie van het Vlaamse kunstenlandschap” dat “Vlaamse kunsten en kunstenaars vandaag aan de Europese top” staan, sterker: “een aantal onder hen zijn referenties van wereldniveau.”

Aan de minister nu om die woorden in daden om te zetten. En er op korte termijn voor te zorgen dat de cultuursector door deze crisis getrokken wordt. Het noodfonds is daarvoor alvast een goeie aanzet , de effectiviteit hangt echter af van de  precieze modaliteiten . Daarop is het (te lang!) wachten. . En waarom de burger niet betrekken en beroep doen op diens solidariteit? Zet bij de heropstart van evenementen een systeem van ‘solidaire coronatickets’ op.  Wie een coronaticket voor een theatervoorstelling koopt zou daar vrijwillig een extra bedrag op kunnen bijbetalen, bijvoorbeeld 2 euro. Dat geld, aan te vullen met een gelijke bijdrage vanuit de Vlaamse overheid, zou kunnen zou kunnen dienen voor de ‘heropbouw’ na de crisis, en zou de vele kunstenaars die nu in de problemen raken, terug in gang kunnen steken.

Dat er na deze crisis een aantal structurele maatregelen getroffen moeten worden is eveneens duidelijk. In zijn visienota stelt de minister een reorganisatie van het subsidiesysteem voor: een goeie zaak als tenminste daardoor artiesten, gezelschappen en organisaties meer kunnen bezig zijn met cultuurproductie. Het is mooi dat hij de vredespijp wil roken met de cultuursector, maar dan zal hij toch op de één of andere manier extra tabak voor die pijp moeten voorzien. Als het budget niet omhoog gaat en het huidige cultuurbudget op een andere manier verdeeld wordt tussen dezelfde spelers valt het ergste te vrezen. De minister stelt in zijn visienota dat “de realiteit van bovenbeschreven groeimodel onhoudbaar is gebleken in een context van een blijvende druk op de Vlaamse overheidsmiddelen.” Dat is natuurlijk het gevolg van politieke keuzes die gemaakt worden. Want die Vlaamse overheidsmiddelen die onder druk zouden staan zijn de voorbije 15 jaar immers alleen maar toegenomen. Was de Vlaamse begroting in 2009 goed voor 23.9 miljard euro, dan was dat in 2019 bijna verdubbelt naar 46,3 miljard euro. Het aandeel cultuur in die begroting halveerde in die periode: van net geen twee procent op de totale begroting, tot (vermoedelijk zelfs minder dan) één procent.

Daarnaast moeten we ervoor zorgen dat cultuurwerkers in de toekomst niet langer doorheen de mazen van het sociale vangnet vallen. De minister kan bijvoorbeeld  veel actiever dan de voorbije maanden het geval was,  en met meer overtuiging, participeren in het overleg met zijn federale, Brusselse en Waalse collega’s over het statuut van de kunstenaar. En hij kan zelf werk maken van een eerlijke verloning voor artiesten: dat hij in zijn visienota expliciet naar fair pay en fair practices voor tewerkstelling verwijst zijn op dat vlak hopelijk gunstige voortekenen. Ook hier: als dat tegelijkertijd niet gepaard gaat met een verhoging van de cultuurbudgetten, heeft die ambitie geen zin.

De belangrijkste les die we uit deze crisis moeten trekken is misschien wel dat cultuur door mensen wordt gemaakt, niet door structuren en bakstenen. Investeer dus vooral in mensen. Die bakstenen zijn belangrijk maar ondergeschikt aan het menselijk kapitaal. Met zijn status als MP en parfum van crisismanager moet Jan Jambon de vooropgestelde investeringen in stenen niet alleen uiterst kritisch bekijken maar ook op zoek gaan naar alternatieve investeringsmechanismen buiten de al zo krappe cultuurbegroting. 

Maar eerst dus zorgen dat we met zijn allen uit deze crisis geraken. Want als we dat niet goed zouden aanpakken en het culturele landschap implodeert, dreigt de visienota immers een fictienota te worden. Als de minister het echt meent met zijn cultuurbeleid presenteert hij daarom, eens de crisis bezworen en het stof is gaan liggen, een Visienota 2.0, waarin hij concreet zijn relance-plannen voor de sector toelicht. Laat ons hopen: zo ergens tegen oktober?

Staf Pelckmans
Vlaams volksvertegenwoordiger Groen

 

Reacties

Vennligst sjekk din e-post og klikk på lenken for å bekrefte din nye e-postadresse.
Cookies op groen.be

Groen gebruikt functionele en analytische cookies die noodzakelijk zijn om de website goed te laten functioneren. Deze cookies verwerken geen persoonsgegevens en hier is geen toestemming voor nodig.

Als je daarvoor toestemming geeft, maken we ook gebruik van marketingcookies. Die stellen ons in staat om de website beter af te stemmen op jouw voorkeuren.

Je kunt je instellingen altijd weer wijzigen op de pagina over de cookies.

Voorkeuren aanpassen
Alle cookies accepteren